Secularisatie van het hart! Gooi die clusterbom op mijn geweten! Dood aan de rede! Laat die ratio achterwege, leef momenteel het onrustig interval. Zoemende radio, verkleed bal, angstig klappertanden om het stilvallen van de ruis. Het is troebel en hoor hier niet thuis.
De zon heeft zonet gelogen over haar warmte. De stad is killer dan gist’ren. KILLER-BEES produceren giftige honing. Ik herken me in de man die zolaatst nog sprak over verweven Donquichotterie.
Er zijn zeventien mijmerende sirenes, maar schijn enkel de fado’s van die jonge heer daar te primeren.
” Weet U wel wat schoonheid is, puur esthetisch, mademoiselle” hij zegt, en hij leeft mijn leven zoals ik dat niet meer kan. Ik geloof hem niet, zijn lichtzinnige euforie is dwaas en genot is ook voor hem een vergeten connotatie.
Er leven kwallen in zijn rug, doch het koraal in zijn gewervelte is zijn fundament. Die algen over mijn organen maken van mij een lelijk mens. Waar is hier het estethisch rien? Geef mij wat kalk om zijn leegte op te vullen.
Ik was steeds passierijk om frigide als mijn voornaam te gebruiken. Struikel meermaals, doch laat geen mooie heren vallen. Het onvermogen baart lijpe constructies.
Ook hier wordt de Deus ex Machina vriendelijk naar huis gestuurd. Helden en heren, beide met glazige, droeve knikkers.
Odysseus, bind me vast voor ik gooien zal…