Sigarettenpeuken en Ik. We lijken op elkaar, we zijn met de grond eengemaakt.

We zijn beide ontrouw aan dat seniele dat ons elke nacht wakker houdt. Het groteske reeds uit de kiem gesmoord, het censuur is de filter.

 

Ik verkwist u, dwaas, en leg me dan naast u neer. Gij voedt mij en ik geef u essentie. En om die gulheid, bemin ik u.