Ik riek onraad tussen het hoogveen en de man met een kostuum die mij een horloge wou verpatsen. Ook die sigaretten, monsieur, die gisteren nog zo schoon un uw bek pasten, zijn niet meer pausibel. Ik was mij langzaam het naakte van mij weg, sluier mij in het troebelste water

Gij zult mij niet meer bloot zien. Ik ben de hoer van mijn eigen lijf.