Ave, literaire medemens. Ditmaal zal ik het kort houden. Ik ben cultuur in uw VTM-huiskamer, een gesofisticeerde roos in een chernobyllandschap, de saffraan in uw paella.

 

 Ik hou van schrijven, zeg maar, ik ben genoodzaakt te schrijven, het non-actief bezig zijn met literatuur leidt tot een dubieuze depressie en talrijke epilepsieaanvallen. Ik probeer vast te houden aan mijn eigen aparte stijl – enigszins een combinatie van sinistere verzen en lichtzinnige naïviteit- doch ik geef wel toe gebeten te zijn door bepaalde dichters. Deze Nederlandstalige poëten zou u eens moeten gelezen hebben: Hugo Claus (uiteraard), Remco Campert, Luuk Gruwez (wat kan ik beter morsen dan mezelf), Leonard Nolens, Gerrit Kouwenaar, Paul van Ostaijen. Wedden dat u bezwijkt onder deze vocabulaire charmes?

 

Overigens ben ik ontzettend veel met talen bezig. Ik ben nog steeds op zoek naar de polyglotte medemens onder ons. Gefascineerd door middeleeuwse manuscripten. Kan urenlange redevoeringen houden over het belang van Cervantes of Voltaire’s werk in onze hedendaagse maatschappij. Etc, etc, etc

 

 

En verder: Ik dicht. Ik dicht en zwicht, wroet de zoete woorden in een gedicht.

Eén reactie to “La vie d’une petite fille”

  1. Noel Zegt:

    :( no se vale, no entiendo nada de lo que escribiste!

Reageer