Uncategorized


 

De verklaring die ik niet kreeg, de interpretatie die ik wel zag…

oxygenocide: <oksigenosaait>, v [s] bep. vorm van verstikking, beroofd worden van ademhaling.

Interpretatie:  zuurstofdependentie leidt tot weifelende, angstige situaties. Toch is zij niet temporaal van aard, wij ademen dagelijks en constant, zuurstofdependentie is een constante. Als zuurstof, zo relevant present in al even banale subjecten, zo triviaal is als zij blijkt, waarom ondernemen we dan niets om haar te doen stoppen?

Voorbeelden: Een Romein op een vespa, meisje op tram 15 wordt overvallen door vlagen van plotse verliefdheid, Madame Josephine waagt haar laatste slok Whiskey voor zij door haar knieën zakt, twaalf droevige gentlemen ontdekken hun recente angst voor jonge eenzaamheid, Zij die sabbelt aan fotokaders van haar vorige romance, in Ethiopië hebben ze nog steeds geen water ontdekt, een incontinente doch dappere seniora speelt kinds viool voor haar vorige theaterbezoeken en dertig joden in 1 donkere kamer. OXYGENOCIDE

O,O, O Goliath, heidense cycloop, cynische hedonist. Ook gij zijt sterfelijk daarboven, ook gij wordt eengemaakt met de grond. Gij hebt een literair manquement, gij zijt dom met andere woorden, die kracht van U taant ook na het zevende glas Karmeliet.

Gij zijt een boek waard, doch ik ben een literaire narcist. Gij komt dus in de voetnoot.

Zoals het behoort, stoort uw presentie mij elk woord

Dat soort connard is hij dan, een stuk of vijftig mentiras, een ontwijkingsmanoevre rond rue du roi en immer in bezit van mijn aderlijke littekens. Zijn verraderlijke littekens. Waarom vliegen psychopaten tegenwoordig niet meer in de bak? Ik zweer het u, hij stak mij neer daar, die Maartse woensdag, daar op de vloer, op mijn tapijt. Met een bot mes. Zo zou ik nog wat langer leegbloeden. Mijn afdruk nog steeds geschaduwd op de grond, het morbide bewijs.

Hier hebt ge mijn verhaal, meneer. Stel een proces verbaal op en dan elemineren we hem voordat hij nog meer schade aanricht.

BOEM BOEM BOEM BOEM. En wat knalt het in Antwerpen, wat knalt het in deze ciudad fria. Het knalt in de oorsprong, in het molotov-genesis, het knalt in het heden, in grijze fotos van cynische grootmoeders.

Het knalt altijd en overal, in Libanon en in mijn huurgenoten, in koude huiskamers. Ook in deze ruimte schudden de gordijnen, siddert het behang en schuifelen sigaretten naar primatie. Het knalt, schudt, siddert en schuifelt altijd en overal, zelfs nu, in vlekken op mijn tapijt.

Weest Gegroet,

voelt gij u geprezen door loze verzen
pruilende lippen die poeha persen
Gij gelooft uw besluiten
Kunt ze echter moeilijk uiten
weest gegroet, in daad geboet

Het jicht vervaagt uw schoonheid
geluk vervangt uw schaamte
Voornemens in vergetelheid
de gêne is mijn geraamte

Gij hinkt, mooie heer, naar uw troon
meet uw valide, loze kroon
wat zal dit zondig land nog erven?
nobel noch in hart als kop
Uw voeten standvastig klimop
uw wandelstok vol kerven

Het dagelijks brood, voedend was het niet
Het lijden van een zondaar in uw verschiet
Weest gegroet, nobele heer
leer niet groeten, leer uitzwaaien
leer niet wroeten doch onkruid zaaien

Weest gegroet, in daad geboet

En al die parasieten die knagen aan mijn vel, wroeten aan mijn aderen. Alsof DAAR geen bloed doch Merlot 2001 door stroomt. Alsof ik dwaasheid zweet.

 

Net zoals Jezus wankelde met zijn kruis
een langzame dood in
wankelde ik met mijn believen
Wat rest mij nu nog van de dag?

In die kerk begon mijn scepsis
en al huilde ik als een Magdalena
daar ontstond mijn agnosticisme

Mijn geloof debuteerde in het eren
van een dierbaar hart
die religie lag nooit ver
dat altaar was ik immer trouw

Uit loyaliteit offerde ik al mijn ledematen
schraapte de schimmels van zijn vel
zijn vel, in kommer en kwel

Zolang de existentie van een loyaal hart
royaal in mijn bijzijn was
was God een hottentot, flirter des verveeldheid

Is dit het Laatste Oordeel?

 

Waar is het herte
van de meester die mij begeerde
doch deserteerde op een woensdagochtend
die ochtend waar ik weigerde
mijn existentie te wegen in een meetschaal
die ochtend waar mijn herte
wel present was
 
Meester escapeerde naar betere oorden
waar hem werd beloofd dat de zon
immer schijnt
Waar is zijn herte, die ooit smolt
in mijn presentie. waar ik waarachtig
een gietvorm nam en hem begeerde
als Chileense wijn

Begeerde hij ook zijn herte, dat
gulzigheid hem overviel?

 

 

 

 

Laat nu het portier op een kier
aanwezig is mijn reikhalzing
Ge zijt present, niet dement
vervang geen kaders
stof ze af

Hebt geen angst voor dood, verval, de gêne
van uw dwaze queeste naar het licht
ligt hier een vrouwe met een spaarlamp
en honderdzestig smeekbeden
gebruik háár

Struikel niet over utilitaristische utopieën. Was het goed
Felicidad te bestrelen? Is ook geluk
een neukbaar begrip?

Kou kent geen doorgang tot uw lederen jacket
Amor kent geen uitgang uit uw hart
Ik vergeef uw pekels
vergeeft gij mij mijn klieren

Laat dus nu ook het portier op een kier
en sla de bagageruimte dicht
ontknoop uw veters, ontknoop uw hemd.
Weest intens. Weest welkom.

Wat is er perverser dan dikke Duitse wijven die masturberen op Porntube terwijl ze de rode vlag hebben buitenhangen? Ik zal het u eens zeggen: Liebdesschmerz. Daar weet ik hoegenaamd alles van. Niet dat ik met het eerste paradigma enige vorm van affiniteit heb, uiteraard.

 

Ik heb vele deuren dichtgeslagen hedendaags, geloof ik. De achterdeur, de keukendeur, de deur van het passé. Die laatste vliegt steeds weer open na 3 glazen cognac, ik zou die sleutel eens dringend moeten vinden.

 

Dus vanavond is het weer soiree passé. Weer een avondje droge cornflakes eten. Neuriën met The Velvet Underground. Dialogen voeren met de vrienden in de zolder van mijn brein. Die luisteren zolang ik hen voed met droge cornflakes. En Lou Reed. Ik ben: een verantwoorde teef.

 

Die hersenspinsels maken van mij een absurd mens. Als ik hem nog eens zou zien, zou ik op hem spuwen. Achneen, flashback. Als ik hem nog eens zou zien, grijp ik hem bij zijn nekvel.

 

Por qué te fuistes a putear, muchacho?’ Was mijn kutje je niet genoeg? Waart ge de liefde beu, dwaas? Die liefde van u, stond daar een vervaldatum op? Ik had geen idee. Had anders wel gefoeterd met de barcode.

 

Ik ben ook een dwaas. Doch ik ben dat type dwaas waarvoor mensen wel durven te sympathiseren. Ge kent dat wel: labiele geest, niet onaardig exterieur, verdiept zich in middeleeuwse muurtapijten . The girl next door dus.

 

En ik ga verder:

 

Luister eens vent. Hoe komt het dat ge uw hartstocht hebt geëuthanaseerd? Daar was toch geen consensus. Of hebt ge dat unilateraal beslist, zo plots? Ik vraag u enkel een Fair Trade. Geeft mijn hart terug, dan kunnen mijn lever en hersens ook eens content zijn. Ter ruil eender wat. Zelfs mijn benen spreid ik nog voor u. Morele integriteit ben ik kwijt, onlangs, ergens op het spoor tussen Gent en Berchem.

 

Weetge, ik herken u nimmer, jong. Zijt ge werkelijk zo sangfroid? Doch we zijn verbonden in authenticiteit. Ik identificeer me in uw aandoening, schat. Jawel, jawel, beide zo multipolair van geest. Ik denk constant aan u, vent. En ik denk in woorden. Ik krijg spontaan Gilles de Tourette van u.

 

Goed gekostumeerd in uw al te sjofele plunje. Ik zie niet door uw kleren. Ik zie niet door uw hart. Je me préoccupe. Donde están tus cojones, hombre? Luistert ge wel naar mij?

Ik ga u iets zeggen, chico! Voorwaardelijke liefde bestaat niet. Voorwaardelijke kansen zijn eindeloos – dat kan ik u meegeven -  ik heb al lang genoeg kunnen klooien met statistiek, maar voorwaardelijke liefde is zo verraderlijk als Iggy Pop’s gezondheid.

 

Dus ik trek aan de alarmbel. Peter Kay zingt me ‘ Is this the way to another bimbo’ toe en ik knik. Maar goed, het is al lang genoeg Hallloween geweest, een heel week! Zet nu dat masker af cariño, dat zet ik koffie.

 

Dwaasheid tekent ons allen. Ik debuteer droevig in degoutantisme

F: Waar bleef’t ge zo lang?
M: Noten kopen in de carrefour
F: Bij die ander zeker?
M: Noten kopen…
F: Waarom ziet ge mij nimmer graag?
M: Ge ziet u zelf niet graag, Fien!

F: Ik heb nogal aan u gedacht, jong. Daarstraks in de tuin.
    Twee verliefde mussen in den hof. Echt zot.   Weetge, die blijven altijd bijeen.
M: Wat wilt ge daarmee zeggen?
F: Niks, allez…da maakt mij triest.
M: Ik kan beter gaan…
F: Dan zie ik u niet meer…
M: Da’s misschien het beste
F: Misschien?
M: Allicht!
F: Waarom doet ge dit?
M: Waarom doet ge dit met uzelf. Ga uit meid, doe iets gek, wees gelukkig!
F: Ik ben gek van u en dat maakt me ongelukkig. 
M: Ik zou hier niet moeten zijn…
F: Ik heb u brieven geschreven, ket, ge zou ze ’ns moeten lezen.
    Verdrietig dat ik daarvan word. Wol woede en misprijzen, maar nu ik u zie…

                                     (Marco wordt gebeld)

M: Hallooo, ja da’s goed meid. Om 8 uur aan de Korenmarkt. Oh, niks speciaal, bij een vriendin
      ben zo weer weg.

F: Was dat Kathleen?
M: Dat gaat u niks aan
F: Dat was ze dus. Is dat om mij te wreken?
M: Fien komaan, ziet ge dan niet dat we niet bijeen passen?
F: Uw lul past toch in mijn kut
M: *zucht*
F: T’ is toch waar?
M: Mijn vinger past ook in uw neus, da betekent niet dat dat normaal is, eh.
F: Dus ge vindt ons vreemd?
M: Fien, dat heb ik toch niet gezegd.
F: Vind ge ons vreemd?
M: Er IS geen ons
F: Ik vind het vreemd hoe gij doet, Marco
M: Wellicht…
F: Dus ge houdt nimmer van mij? 
M: Het gáát gewoon niet meer, Fien
F: Maar houd ge nog van mij?
M: Jawel, maar minder
F: Hoeveel procent?
M: Fien alsjeblieft!
F: Ik wil u nimmer zien!
M: OK
F: Dus ge wilt mij ook nimmer zien?
M: Liever niet
F: Ik hou van u met heel mijn hart, Marco, maar mijn lever 
    smeekt mij den fles en den Tigra te laten. Dat komt door u dat ge mij…
M: Dat komt door uzelf!
F: Ik smeek u, blijf hier en houd mij vast zoals vroeger.
M: Ik ga. Verzorg U ! Vergeet de bloemen geen water te geven

Deur slaat dicht. Zij huilt zich in een roes. Wordt wakker, eet tandpasta, doolt de straten en struikelt.

« Vorige PaginaVolgende Pagina »